Walking in Memphis
Van kinds af aan hoorde ik op de radio liedjes, nee, klassiekers met het woord Memphis erin. Marc Cohn zingt in zijn klassieker over hoe hij naar Memphis vloog, landde in het land van de Delta Blues en over Beale Street liep. Paul Simon zingt over hoe pelgrims, gezinnetjes en hijzelf naar Memphis gaan voor een bezoek aan het huis en graf van de King of Rock ’n Roll in Graceland en U2 zingt over trots, over ware vrijheid en hoe Martin Luther King jr. die vrijheid kreeg toen op 4 april een schot weerklonk door de hemel boven de stad. Ik weet na twee dagen in deze bijzondere stad waarom mensen erover schrijven. Overal waar je kijkt is muziek. Live bands, muziekmusea, gitaarfabriek, het bijzondere Graceland. Memphis is muziek, maar is ook een stukje intense Amerikaanse historie. Een stuk historie dat je, als je eenmaal op de bewuste plek staat, raakt tot in je ziel.
Op maandagavond aangekomen in ons zeer prettige hotel hier in Memphis zijn we nog even naar de stad gereden om een hapje te eten. Onze eerste spareribs, hier overigens barbecue ribs genoemd, van de reis en die smaken hier dan toch net weer wat lekkerder dan thuis. De eerste indruk van het centrum is wat vervallen, eigenlijk vergane glorie, maar dat brengt een zekere sfeer met zich mee die ik moeilijk in woorden kan vangen. Alsof de stad wil vasthouden aan een mooie, maar vervlogen geschiedenis, al is het maar omdat die vervlogenheid is ontstaan omdat langzaam maar zeker alle hoofdrolspelers overleden zijn. Martin Luther King, Elvis Presley, Johnny Cash. De stad vereert ze alsof ze er nog altijd zijn.
Dinsdagochtend zijn we vroeg opgestaan, omdat we als first thing in the morning kaartjes hadden gereserveerd voor een bezoek aan Graceland. Het is alles wat je ervan verwacht. Een prachtig huis met kitsch interieur, een automuseum met de auto’s van Elvis, zijn privévliegtuigen staan geparkeerd in de tuin en zijn te bezichtigen en uiteraard ligt naast het zwembad in de tuin zijn graf, dat bedolven is onder bloemen, brieven en knutselwerkjes. Ik kan er niet veel over vertellen, want foto’s spreken voor zich en ik vond het pas echt bijzonder toen ik er stond en er rondliep. Je voelt dan pas hoe belangrijk deze plek voor anderen is en hoe dichtbij je eigenlijk kan en mag komen in het leven van een van de grootste sterren die op aarde heeft rondgelopen. Bizar genoeg zou Elvis, als hij niet op 42-jarige leeftijd - deze week 33 jaar geleden, op 16 augustus 1977 - was overleden aan een hartstilstand, dit jaar pas 75 zijn geworden. Een leeftijd waarop hij misschien nog altijd muziek had gemaakt. Zijn vroege dood heeft, zoals bij zoveel sterren, misschien zijn status alleen maar groter en mythischer gemaakt, maar dat doet niet af aan zijn enorme repertoire en het feit dat hij een pionier voor de hedendaagse popmuziek is geweest. Graceland is dus wat je er van verwacht, maar stelt niet teleur.
Na twee uur op het landgoed aan de zuidkant van de stad stappen we in de auto om terug naar downtown te rijden en daar parkeren we de auto in de parkeergarage van het fameuze Peabody Hotel. De kosten van zo’n parking? Oh, een dollar per uur, da’s met de huidige wisselkoers ongeveer 80 eurocent. We lopen onder een blauwe hemel door de brandende zon richting het National Civil Rights Museum, gelegen in het Lorraine Motel. Het motel waar Martin Luther King vermoord is. Helaas blijkt het museum iedere dinsdag gesloten en we gooien de planning om. Terug in het centrum, het is slechts tien minuten lopen, reserveren we bij de Gibson gitaarfabriek een rondleiding voor morgen en bezoeken we het er tegenover gelegen Memphis Museum of Rock ´n Soul. Dit prachtige muziekmuseum staat onder supervisie van het Smithsonian Institute en put uit een schitterende collectie attributen en opnames en dompelt je voor meer dan een uur onder in de historie van de blues in Memphis, hoe de ´zwarte´ muziek van de plantages tot popmuziek werd en hoe blanke mannen als Elvis Presley en Johnny Cash met een bij vlagen zwart geluid de wereld veroverden. Een prachtig verhaal en een uitstekend museum.
We stappen na dit bezoek in de auto en rijden naar de Memphis Zoo. Deze dierentuin in een luxere woonwijk buiten het centrum wordt gezien als een van de beste ter wereld en volgens verscheidene websites de beste van Amerika. Niet de grootste, niet de mooiste, niet de meest opvallende dieren, maar de lage entreeprijs van vijftien dollar is super en grote verblijven zijn indrukwekkend en ze hebben twee dieren van een diersoort die je maar op zes plaatsen ter wereld kan zien; de reuzenpanda. De dierentuin maakt een prachtige indruk, met het mooie Cat Country waar leeuwen, tijgers en jaguars uitgeteld in de schaduw liggen te slapen en met prachtige terraria voor slangen in een mooi gebouw onder de bomen. Eenmaal bij de reuzenpanda’s blijken ze nog mooier dan verwacht. Ik kreeg er kippenvel van, om ze eindelijk te zien. Ze hebben iets menselijks, iets liefs, maar als ze met hun klauwen en puntige tanden bamboe naar binnen proppen zie je hoe gevaarlijk ze vast kunnen zijn. Hoe dan ook, het is prachtig om ze te eens te zien. Voor de rest heeft de zoo twee schitterende verblijven voor Noord-Amerikaanse dieren als de adelaar, het rendier en de grizzlies en is er een uitgebreid steppegebied voor Afrikaanse dieren.
Op weg naar de uitgang bezoeken we, tot ons geluk, nog een binnenverblijf, want daar eenmaal binnen breekt de hel los en wordt Memphis overvallen door een onweersbui zoals Maarten en ik die nog nooit gezien hadden. In Nederland duurt een bui van deze hevigheid hoogstens tien minuten, hier viel in ruim anderhalf uur meer water uit de lucht dan ik ooit op een dag heb zien vallen. Indrukwekkend, mede omdat het onweer lange tijd recht boven ons hing en flitsen en dreunen gelijk waren. Heel dichtbij en heel erg nat, want op weg naar het centrum voor een hapje eten stonden straten blank en overal liepen doorweekte mensen. En dan te bedenken dat men in het Hard Rock café waar we gingen eten heel laconiek deed over zo’n bui, ze zien het hier wel vaker zo… wow.
Vanochtend, het is inmiddels woensdag en ik ben alweer een week in Amerika, zijn we terug gereden naar het National Civil Rights Museum en ik was diep onder de indruk. De documentaire die we het aan het begin te zien kregen grijpt je naar de keel vanaf de eerste minuut en laat je niet meer los. Het museum is hard, overweldigend, indrukwekkend, maar ook kritisch en zelfs zelfkritisch. De Amerikaanse strijd voor betere mensenrechten voor iedereen is een strijd die misschien nog altijd wel gaande is, al zal men dat hier in het museum en daarbuiten niet hardop zeggen, maar de boodschap over de tijd is duidelijk. Dat je achter glas tot op een meter kan komen van het balkon waar dr. Martin Luther King jr. vermoord is en dat de naastgelegen kamer nog precies zo is als die fatale middag maakt het extra indrukwekkend en dat de afsluitende ruimte van het museum de kamer aan de overkant van de straat is, van waaruit het dodelijke schot gelost is, geeft het museum nog meer kracht. De boodschap die je wordt meegegeven is opvallend algemeen. Het gaat veel over de moord, over dr. King en over zijn beweging, maar ook over vrijheid en dromen op zich. Dat je er zelf voor kan zorgen dat je dromen uitkomen. En zelfs al wordt je die kans ontnomen, wie anderen inspireert tijdens zijn leven heeft zonder twijfel iets moois bereikt. You might kill the dreamer, but you can not kill the dream.
Iets luchtiger van aard was de rest van de dag, die we doorbrachten in de gitaarfabriek van Gibson, waar absoluut geen foto’s mochten worden gemaakt, en veelal in de auto, want na Gibson zijn we in de wagen gesprongen voor vierhonderd lange kilometers door de groene heuvels van Tennessee. De I-40 East, ook wel bekend als de Music Highway, voerde ons van Memphis naar Nashville en ook daar hebben we weer een prima hotel. Gelukkig hadden we onderweg airco, want ieder uur was er een weerswaarschuwing voor de hele regio, omdat de schaduwtemperatuur hier momenteel 38 graden celsius is en de gevoelstemperatuur en warmte in de zon door de vochtige lucht en gebrek aan wind kan oplopen tot omstreeks 43 graden. We raken er inmiddels een beetje aan gewend, maar de hitte hier is niet uit te leggen en op geen enkele manier te vergelijken met de hitte zoals je die hebt in Italië of Griekenland. De vochtigheid speelt daarbij de grootste rol, want het voelt alsof je door hete nevel loopt of net onder een te warme douche stapt zodra je uit de verkoeling van een airco komt.
De avond hebben we zojuist doorgebracht in Downtown Nashville, waar een deel van de tienermeisjes was uitgelopen voor de show van tieneridool Justin Bieber in de grote Bridgestone Arena ijshockeystadion, thuisbasis van NHL-team de Nashville Predators, in het centrum van de stad. Wij ontliepen dit gelukkig door een wandeling door het centrum te maken en te eindigen in een toffe sportsbar met grote schermen, grote bekers drinken en een zalige sirloinsteak. We hebben maar één avond hier in Nashville, omdat het hier vooral om het avond- en nachtleven draait, om de voor ons niet zo interessante countrymuziek en om de universiteiten - onder andere Vanderbilt en Belmont - die momenteel nog gesloten zijn. Na wat foto’s te hebben gemaakt op Broadway - ja, dat heb je hier ook - zijn we uitgeteld en moe met de auto terug naar het hotel gegaan zodat ik jullie weer kan verblijden met een lange blog en foto’s en zodat we morgen uitgerust de binnenlanden van Tennessee in kunnen.
Op de planning voor morgen staat ‘s ochtends een bezoek aan de distillery van Jack Daniels, de fameuze Tennessee bourbon whiskey, in het kleine plaatsje Lynchburg. Daarna rijden we door - of eigenlijk terug, ten opzichte van onze route van afgelopen maandag - in zuidwestelijke richting naar Huntsville, Alabama voor het United States Space & Rocket Center, een groot ruimtevaartmuseum met enkele attracties en een IMAX-theater. ‘s Avonds arriveren we in Chattanooga, Tennessee voor een nacht in - of eigenlijk moet ik zeggen; óp - ons meest bijzondere hotel. Daarover morgen of overmorgen meer. Voor nu; fijne donderdag en bedankt voor het lezen!
Reacties, vragen, opmerkingen of klachten zijn uiteraard altijd welkom.
