Mackinac Island
Yes, roadtrip! Ik vind echt niets leuker dan een roadtrip van plek A naar plek B via toeristische attracties, schitterende panorama’s en een hoop typische Amerikaanse dingen onderweg. Dit land kun je niet beter ontdekken dan in een auto en op weg naar een goed of een slecht doel, zolang je maar op weg bent en daar de tijd voor neemt. Zo ook de afgelopen dagen.
Zondagmiddag zijn we in de auto gestapt voor de eerste dag onderweg van onze meerdaagse roadtrip deze reis in Amerika. Het einddoel is de stad Duluth in het noorden van Minnesota, maar we vertrekken vanuit Jackson en rijden in bijna vijf uur naar Cheboygan, Michigan. Dit is een klein havenstadje in het noorden van het onderste schiereiland en hier ligt de boot van de ouders van Grace. We treffen in Cheboygan de boot gefixt en gecheckt aan bij een lokaal dock en we tanken onderweg de boot nog even vol. Tanken met een gevaarte van een metertje of 16 is echter niet makkelijk en ik zou het eerste manoeuvreren niet zo een, twee, drie kunnen.
We slapen op de boot in de lokale marina en vertrekken de volgende ochtend met aanzienlijke snelheid op weg naar Mackinac Island (spreek uit: Meck-uh-nahw). Dit is een eiland in de meest noordwestelijke hoek van Lake Huron en de enorme Mackinac Bridge in de verte vormt via de Straits Of Mackinac de verbinding met Lake Superior. Het weer is prachtig en het water is rustig, dus de gashandel gaat stevig open en we stuiteren met zo’n 50 km/h richting het eiland in de verte.
Mackinac Island is een beetje het St. Tropez van Michigan en het Midwesten. De toerist vergaapt zich na een tochtje met de ferry aan de schitterende hotels op dit autovrije eiland en wij hebben gelukkig onze eigen boot bij ons – ik ontdek net dat ik geen foto van naast de boot heb, maar het is een 38 Open TTS van Tiara – en meren die aan in de lokale jachthaven. We hebben besloten de nacht daar door te brengen, maar bezoeken eerst dit unieke eilandje.
Eilandje ja, want de omtrek is slechts 13 kilometer en gemakkelijk te fietsen en behalve een klein havenstadje vol fietsen en paarden, het is tenslotte autovrij, is er alleen nog het fameuze Grand Hotel, wat verscholen villa’s, een golfbaan en mini-vliegveld voor privéjets. Zoals ik al zei, dit is jetset puur, waar de rijken goed vertoeven en de toeristen zich vergapen. En geloof me, het Grand Hotel is indrukwekkend en nogal chique – dat mag ook wel voor minimaal $500 voor een tweepersoonskamer, per nacht is dat – en de privéjets die aan komen vliegen zijn spectaculair. Niet dat onze boot vervelend is, maar je ziet hier nog veel gekker. Het uniekste element van het Grand Hotel is trouwens "'s werelds grootste veranda" en ik geloof het graag. Ruim 100m lang, zeker 10m hoog en genoeg ruimte voor een terras. Opvallend ja.
Het eilandje is verder vooral bekend vanwege de unieke Arch Rock aan de afgelegen kant van het eiland en de vele snoepwinkels die fudge maken. Mackinac Island Fudge is een begrip tot ver van het eiland en is inderdaad ook wel extreem lekker. De manier van fabriceren is ook tof om te zien, op grote marmeren tafels en met speciale roer en draaitechniek zodra het afkoelt.
We genieten na een wandeling over het eiland en lekker eten in een van de vele restaurants aan de baai van een avond op de boot en varen ’s ochtends een rondje rond het eiland. Ik sta vervolgens voor de terugweg richting de Duncan Bay Marina aan 't roer, waarna we aanmeren en in de auto stappen. Overigens, het besturen van dit jacht is gewoon machtig. De kracht van de motoren, die overigens iedere kilometer 2,5 liter diesel verstoken (ai, ai), is fenomenaal en dat geldt ook voor de golven die achter de boot het enorme meer op verdwijnen.
Eenmaal terug in Cheboygan zeggen we het onderste schiereiland van Michigan definitief gedag, terwijl het vreemde stalen wegdek van de Mackinac Bridge en een groot bord ons welkom heten in de Upper Peninsula. De wegen voor ons zijn verlaten, mooi en we rijden het stille noorden tegemoet. Maar, daarover meer in de volgende blog!
