Thanksgiving
Er zijn van die Amerikaanse tradities die je eigenlijk gewoon niet mag missen. Dat zijn niet zo zeer mijn woorden, maar wel die van mijn studiegenote die na een telefoontje met haar ouders mij last minute uitnodigde om met haar familie Thanksgiving te vieren. Ik wist tot heel laat niet hoeveel studiewerk ik zou hebben voor die week en toen ik dat eenmaal wel wist, waren alle vluchten vanuit Madison, Milwaukee en Chicago al volgeboekt of extreem duur en ik had dus besloten dat in Madison blijven mijn keuze was. Tot deze uitnodiging echter en meteen de uitleg dat ik zonder vliegtuig en mét een bijzondere reis makkelijk tot in hun stadje kon komen, ondanks dat ze vele honderden kilometers verderop wonen.
Ik had op dinsdagmiddag mijn laatste essays en opdrachten ingeleverd, mijn koffertje gepakt en ik lag om 21.00 in bed en dan is slapen lastig, maar de wekker stond om 3.30 en ik moest opstaan. Ik heb gedoucht, ontbeten, spullen nog een keer gecheckt en ben naar het centrale plein op de campus gelopen. Daar vertrok om 5.00 mijn touringcar richting downtown Chicago. Ik heb mijn ticket laten zien - je betaalt zo'n 20 euro enkele reis voor een busrit van bijna vier uur - en het was stil en rustig in de bus en dat zou zo blijven volgens de chauffeur, dus we konden languit gaan liggen zoals we wilden. Gelukkig maar, dus ik heb een bed en kussen geknutseld van twee stoelen achterin, mijn koffertje, wat tassen en een jas en ben in slaap gevallen. Toen ik wakker werd en genoeg licht zag, deed ik het gordijntje open en zag tot mijn verrassing de Willis Tower, je weet wel, die wolkenkrabber met die glazen vloer uit mijn blog over de Windy City Chicago. Ik had de hele busreis geslapen en voelde me lekker fit.
Uitgestapt, koffer gepakt en vanuit de bus meteen Chicago's Union Station ingelopen, het grote downtown treinstation van Amtrak. Heerlijk, prima geregeld en mijn tickets opgehaald en toen helaas drie uur gewacht op mijn trein. Ik had de vroegste bus gepakt, omdat ik niet te laat wilde zijn voor een trein die maar drie keer per dag rijdt en waarbij tickets op vaste tijden zijn, niet zoals in Nederland. Je moet ook echt boarden en het voelt in alles als een vliegveld, met als enige verschil dat je dus in een trein stapt. Ik heb mijn drie uurtjes in een koffiebar in de Great Hall van het station doorgebracht met wat cappuccino's en een goed boek en zat om 12.15 in een enorme zilveren trein die mij voor de volgende vier uur via Illinois en Indiana naar Jackson, Michigan zou brengen. Jackson is het oudste continu gebruikte station van Amtrak, sinds 1873 in gebruik en nooit buiten dienst geweest.
De reis ging voorspoedig en omdat ik van tijdszone wisselde op de grens van Illinois en Indiana kwam ik iets na 17.00 aan op mijn plek van bestemming, alwaar mijn studiegenote me stond op te wachten. Het was donker, dus ik zag niets van de rit naar hun huis, maar realiseerde me dat ze een eindje buiten de stad woonden. Het huis was prachtig, van hout, maar heel organisch, modern en toch tijdloos en ze bleken een niet zo lullige 100 acres aan grond te hebben. Dat is meer dan 40 hectare (!) aan bos, moeras, rivier en andere omgeving. Dat zou ik later nog gaan verkennen, maar na een warme maaltijd brachten we avond 1 door in een lokale kroeg met high school vrienden en een paar ijskoude Budweisers.
De vierde donderdag van november is Thanksgiving Day, een dag waarop je - voor veel mensen zonder religie - dankbaar bent voor de dingen in je leven die je waardeert en je deelt die dag met vrienden of familie. En jawel, toen we om 15.00 aan tafel gingen voor het grote feestmaal was er natuurlijk... kalkoen! Ja, goed, en heerlijke boontjes, gekruide aardappeltjes, speciaal brood, rodebessensaus, lekkere wijn. Je snapt 'm, het feestmaal dat je van tv kent en iedereen neemt om de beurt het woord om te bedanken voor iets. Je laat je bedankje meestal onder de mensen met wie je het viert, je deelt het niet, maar mijn bedankje bevatte de woorden kans, droom, school, uitnodiging en familie. Je mag 'm zelf invullen.
Sinds ik in Amerika ben, zijn er allemaal dingen die heel erg Amerikaans zijn waar ik gewoon enorm om moet lachen of die ik heel graag wil of wilde doen en deze familie doet verder niets agrarisch, maar met een huis en landgoed zo groot als dat van hen, zijn ze wel één met de natuur. Ze leven gezond, ze eten gezond, ze hebben huisdieren en wie veel land heeft, gaat vaak ook jagen, want er is 's winters niet genoeg voedsel voor alle dieren. Stel, er zijn 10 herten en er is voedsel voor 7 van hen, is het dan beter om er 3 te laten verhongeren en die andere 7 ook nog verzwakt - want die 3 eten toch deel van hun voedsel - uit de winter laten komen of schiet je er 3 voor eigen voedsel en laat je die 7 ook nog eens sterker uit de winter komen? Het is natuurlijk hét promopraatje wat alle jagers houden, maar als ik zie met hoeveel regels én respect voor de dieren het jagen gebeurd, dan is het wel een stukje cultuur en ze hebben nog altijd een beter leven gehad dan alle koeien uit de bio-industrie waar we biefstukjes van kopen bij de supermarkt. Ik bedoel maar.
Anyway, ook in dit gezin is jagen aan de orde en ik wilde stiekem wel mee. Ik wist dat ik niet op dieren mocht schieten, ik dacht zelfs dat ik überhaupt geen wapen mocht vasthouden, maar ik kon wel mee om te spotten en omdat ik het wilde ervaren. De dag na het grote diner ben ik met haar vader om 5.30 opgestaan, we hebben vier lagen kleding aangetrokken en daarover deels een camouflagepak maar mét een knaloranje muts, want die maakt je zichtbaar voor andere jagers of vrienden, en we zijn het bos in gegaan. Ik ben in een schuilhut gaan zitten en hij ergens anders en we zouden elkaar na drie uur weer treffen. Oké, kun je het je al voorstellen? Dat ik drie uur in doodse stilte in een hut zit zonder pen, papier, muziek, boek? Nee? Mooi, ik ook niet, maar het was heel tof. De drie uur zijn om gevlogen, mede vanwege het prachtige schouwspul van een bos dat wakker wordt met eekhoorntjes, vogels, bevers en uiteindelijk ook herten die hun ding doen, niet wetende dat je ze in stilte bekijkt.
Toen het eenmaal licht was, zijn we om 9.30 nog even door hun hele landgoed gelopen en oh oh wat gaaf om zoiets te hebben. Eenmaal op weg terug kwam ook nog eens dé vraag die iedere vader op een goeie dag in Amerika aan zijn zoon lijkt te vragen, maar ik kreeg 'm dus ook; wil je een keer schieten? Uh, poeh, goeie vraag. Durf ik dat wel? Wat voor wapen dan? Mag het wel? Ja, het mag onder begeleiding van iemand die al jaren schiet, het zou een wapen zijn wat ik wel aan zou kunnen en ik dacht; nu ik hier toch ben, is het wel heel Amerikaans. We hebben een 20 gauge shotgun met 'hollow point bullets' uit de kluis gehaald - dus niet de hagel zoals je dat in de films ziet - oefendoelen neergezet van karton met cirkels erop en ik heb uitleg gekregen. En toen kwam de hilariteit voor mijn begeleider; ik had 'm stevig vast, dacht ik, mikte door de 'scope' op mijn doel 50m verderop en haalde de trekker over. BOEM! Auw! Niet stevig genoeg vastgehouden en ik kreeg de scope vol in mijn gezicht door de terugslag. Geen schade aan mijn gelaat verder, een hoop lol en een fout die veel gemaakt wordt, maar wel mooi dicht bij het doel geschoten. Daarna nog een schot en nog dichterbij bij het doel - 5cm van de roos over 50m is heel netjes voor je eerste pogingen - en toen had ik het wel gezien. Het deed me dus niet zoveel. Ik kan me voorstellen dat iemand het prachtig vindt en tuurlijk is het te gek om eens met zo'n ding te knallen, gewoon omdat het kan, maar ik weet niet of ik met een dier in het vizier de trekker over zou kunnen halen. Ik eet gewoon liever de biefstukjes, worstjes en hertensoep terwijl ik binnen voor de haard zit. Al was de ervaring van uren in het bos zitten in alle stilte echt heel erg mooi en uniek en is het vuren met zo'n shotgun rifle op en top Amerika. De rest van de dag heb ik dus opgewarmd voor de haard, zijn we 's avonds naar de bios geweest en hebben we nog een paar keer gelachen om mijn frontale botsing met het vizier.
De derde dag hebben we na het grote feestmaal op dag 1 en jagen op dag 2 wéér heel Amerikaans ingevuld met een roadtripje richting Detroit. We hebben downtown Detroit overigens wel vermeden, want het is daar een arme en gevaarlijke omgeving geworden met veel geweld en ellende en je kunt er serieus maar beter wegblijven. Wij zijn naar Dearborn gereden alwaar je een grote Ford-fabriek kunt vinden en het Henry Ford Museum. Dit is meer dan auto's, al is dat wel een belangrijk onderdeel, maar het is ook treinen, vliegtuigen, industrie, Amerikaanse oorlogsgeschiedenis, de strijd voor mensenrechten en ze hebben zéér unieke museumstukken waar ik minutenlang bij heb gestaan om ze goed in me op te nemen. De meest bijzondere? De stoel waarin Abraham Lincoln is vermoord en de auto waarin John F. Kennedy is doodgeschoten. Ja, je leest het goed, die hebben ze daar écht staan. Buitengewoon uniek en verschrikkelijk gaaf.
Na een aantal uur in het museum zijn we terug richting Jackson gaan rijden, maar niet zonder een bezoekje aan Ann Arbor. Ann Arbor, bijgenaamd A2, is voor Michigan, wat Madison voor Wisconsin is. Dé studentenstad, thuisbasis van de Michigan Wolverines en de University of Michigan. We zijn rondje over de campus gereden, hebben downtown bezocht en in een heerlijk restaurant (Zingerman's Roadhouse) gegeten en hebben met keihard countrymuziek uit de speakers de weg terug vervolgd, maar niet na alweer een avond in de bios. Er is werkelijk niets anders te doen in stadjes als Jackson en je moet toch wat met je tijd.
De dag van de terugreis ben ik vroeg opgestaan, heb ik wat mail gedaan en dingen geregeld en om 13.00 zat ik in de trein terug naar Chicago. Daar typ ik momenteel deze blog en strek ik mijn vermoeide benen onder de stoel voor me. Het is nog 7 uur reizen tot in Madison, maar dat is het helemaal waard. Werken in de stad, leven op het platteland, rijden in de grote jeeps, countrymuziek uit de speakers, football in iedere plaats. Ik zie het mezelf zo doen. Het blijft een land van clichés, maar wat is mis met clichés als ze mooi zijn?
Komende week is de stilte voor de storm, want over slechts 2 weken zijn de "finals", de laatste examens van het semester, en over 3 weken zit ik alweer in het vliegtuig naar New York City voor de laatste trip en over 4 weken... niet dat ik jullie niet mis, natuurlijk wel, maar bah, ik wil daar nog niet aan denken. I'm running out of time.
