Eindelijk op reis
Woensdagochtend vier augustus, vijf minuten voor vijf in de ochtend, mijn moeder vraagt verbaasd hoe laat ik eigenlijk op wilde staan. Uhm, nou, een half uur geleden, maar ik ben in het diepste van mijn slaap door de wekker gesuft en moet me dus haasten. Ruim op tijd toch in de auto, want alles stond tenslotte al klaar in mijn koffers. In de ochtendschemer rijden we richting de Brusselse luchthaven Zaventem. Kopje koffie, wachten op goede vriend - én reisgenoot voor de eerstkomende weken - Maarten en dan inchecken. Het is 8.10 als onze koffers via de weegschaal op de band verdwijnen en ik weet dat het een lange dag gaat worden.
Een laatste knuffel voor de komende tijd aan moeder, zusje en tante en dan richting gate. Alles verloopt prima tot in het vliegtuig, maar alle slechte reviews op internet over vertraging bij US Airways worden voor ons ook waarheid. Een uur later dan gepland rollen we achteruit weg bij de gate en de lange, voor mij erg krap gezeten, acht uur en veertig minuten richting Philadelphia beginnen. Tijdje geslapen, paar prima films gezien en de vlucht valt achteraf mee. Alleen jammer van dat uur vertraging, waardoor we uiteindelijk na flink haasten in Philly nog zes minuten over hebben als we door de slurf naar ons volgende vliegtuig snelwandelen. Het is in Nederland dan inmiddels twintig voor tien in de avond en we zijn inclusief autorit naar Brussel zo’n zestien uur onderweg.
De tweede vlucht brengt ons van Philadelphia naar het meer lokale vliegveld Raleigh-Durham in de staat North Carolina. Het is een vliegveld vergelijkbaar met Maastricht Aachen Airport, hoewel misschien een tikkeltje groter. We worden begroet ons welkomstcomité en halen onze koffers van de band. Althans, dat probeer ik, maar ik maak vooral nog even ruzie met een bejaarde dame die met zekerheid weet dat mijn koffer haar koffer is en er al bijna mee vandoor gaat, totdat ik haar laat zien dat én mijn naam erop staat én dit koffer net uit Brussel komt. Lichtelijk geërgerd bijt ze me toe, terwijl ze tot verbazing van haar vliegveldbegeleider verdacht snel uit haar rolstoel is opgesprongen om me de les te lezen, dat het dan inderdaad niet haar koffer kan zijn, want ze is “nog nooit in Europa geweest”. Het verbaast me niet.
Zo, eindelijk weer vervoer over de grond, maar de honderd meter tot de auto vertellen me al één ding; het is hier warm, heel erg warm. En dan niet zo van “poeh, heet buiten“, maar vooral vochtig en benauwd en met overal waar je komt de airco vol aan, is naar buiten lopen iedere keer weer een hete dreun. Ik weet zeker dat het snel went, maar vraag me af of ik er zaterdag - als we in de stad zijn die zichzelf niet voor niets Hotlanta heeft gedoopt - al beter tegen kan dan vanavond.
Je hoort me echter alles behalve klagen hoor. Mijn logeeradres, om het maar eens oneerbiedig te zeggen, is echt schitterend - zie bijgeplaatste foto’s - en ook daar is binnen dus een perfecte temperatuur. Ik heb een eigen kamer, een eigen badkamer zelfs en mijn eerste maaltijd in Amerika is een perfecte steak van de grill met een hele grote gebakken aardappel en salade. Het leven hier in het zuiden van de Verenigde Staten lijkt vooralsnog zo slecht nog niet, al is dat misschien anders voor de mensen die in de vele trailerparks op de route hier naar toe wonen.
Morgen rijden we even het stadje Greenville, NC in, voor mijn eerste bezoek aan de voor Europeanen bijna mythische hier-hebben-ze-echt-alles-winkelketen Walmart en voor de laatste voorbereidingen voor de roadtrip die vrijdagochtend in alle vroegte begint als we terugrijden naar Raleigh-Durham voor het ophalen van onze huurauto. Hoewel, ‘morgen‘, als je dit leest is het bij jullie ‘vandaag’ en hier stiekem ook al, want eenmaal klaar met typen ben ik écht te moe om nog in te loggen om dit op internet te plaatsen. Ik ben inmiddels 24 uur wakker en wil alleen nog maar slapen.
